Aandachtscontrole
De aandachtscirkels

 

Tijdens de wedstrijd wil je aandacht zich nog wel eens verplaatsen. Een facet van concentratie is dat je die verliest als je je richt op zaken die irrelevant en oncontroleerbaar zijn. Het mag ondertussen duidelijk zijn dat, als je aandacht zich verplaatst naar iets dat irrelevant en oncontroleerbaar is, dit niet ten goede komt aan je prestatie. We kunnen een indeling maken van zes gebieden waarop je aandacht zich kan richten. Al deze gebieden worden bepaald door de gedachten die je hebt. Hieronder wordt dat zichtbaar

 

aandachtcirkels

Je wilt er te allen tijde voor zorgen dat je in de middelste cirkel bent met je aandacht, dan richt je je op jezelf en op de taak die je op dat moment wilt volbrengen. De Duitser Eberspächer heeft in 1990 deze aandachtscirkels bedacht en sindsdien zijn ze zeer bruikbaar als tool om met concentratie om te gaan. In cirkel 1 is een tennisser taakgericht. Hij richt zich op de controleerbare facetten van het tennisspel en tracht die zo goed mogelijk uit te voeren. In cirkel 2 is de aandacht bij directe afleidingen. Dit kunnen afleidingen zijn die met omstandigheden te maken hebben, zoals het weer (zon, wind) of de baansoort (gravel, hardcourt, kunstgras, smashcourt). Ook kan de aandacht zijn bij toeschouwers, de tegenstander of bij het materiaal. In principe wil een tennisser niet bezig zijn met (oncontroleerbare) afleidingen. Er is echter een aantal aspecten uit cirkel 2 die voor een tennisser bruikbaar kan zijn bij het opstellen van zijn tactisch plan. Zo kan een speler zijn plan afstemmen op de zon of de wind en kan hij tactisch inspelen op een (negatieve) reactie van zijn tegenstander. Ook kan hij het publiek gebruiken en bespelen. Een enkele afleiding uit cirkel 2 kan dus bruikbaar zijn, mits je deze gebruikt om het uitvoeren van de taak te verbeteren. In cirkel 3 is een tennisser vaak zijn huidige prestatie aan het vergelijken met de prestatie die hij van zichzelf gewend is (uit trainingen of eerdere wedstrijden). Elke wedstrijd is echter anders en het levert dan ook vaak frustratie op als een speler zijn huidige niveau vergelijkt met zijn ‘gebruikelijke’ niveau. In cirkel 4 is de aandacht bij het resultaat. Een speler kan bezig zijn met het binnenhalen van een set of met de (mogelijke) uitkomst van de wedstrijd. De uitkomst heeft een tennisser echter niet volledig onder controle! Hij kan zich daarom beter richten op de aspecten waarover hij wel controle heeft (taak!). In cirkel 5 is een speler bezig met de gevolgen van winnen of verliezen. Gedachten als “als ik deze wedstrijd win, stijgt mijn rating” of “als ik deze wedstijd verlies, lig ik uit het toernooi”. In cirkel 5 denkt een speler in scenario’s en is met zijn aandacht in de toekomst. Bovendien zijn de woorden ‘als…dan…’ bijna altijd verbonden met hoop. En hoop is vaak gekoppeld aan angst!

Een voorbeeld:
Wanneer iemand roept ‘als ik niet opschiet, dan haal ik de trein niet’, hoopt hij de trein te halen. Wat hij echter vaak bedoelt is ‘ik ben bang dat ik de trein niet haal’.

In cirkel 6 vraagt een speler zich hardop af wat hij hier eigenlijk doet. Met andere woorden, hij stelt zichzelf de vraag of het eigenlijk nog wel zin heeft om op de tennisbaan te staan. Het moge duidelijk zijn dat je je aandacht als tennisser niet in cirkel 6 wilt laten komen! Samenvattend hebben alle andere cirkels behalve de middelste (cirkel 1) en een aantal functionele aspecten uit cirkel 2 geen goed effect op de prestatie en je kan stellen dat hoe verder je van de middelste cirkel af bent, hoe slechter het effect op de prestatie wordt (zie figuur 4). Het is dus te allen tijde van belang om bezig te zijn met je taak. Je taak is om je tennisspel zo goed mogelijk uit te voeren!

Het goede nieuws is dat, ongeacht in welke cirkel je zit, je altijd terug kan keren naar de middelste cirkel, door je aandacht te richten op jezelf en wat je moet doen, om tot de best mogelijke prestatie te komen. Het slechte nieuws is dat dit makkelijker is gezegd, dan gedaan. Er zijn immers veel afleidingen mogelijk en tennis is een spel met veel momenten waarop er geen bal in het spel is. Ideaal om afgeleid te worden en af te dwalen naar gedachten die je prestatie niet ten goede komen. Train jezelf dus taakgericht te denken en te handelen en daarmee in het vinden van de weg richting cirkel 1!

Er kunnen zich in een wedstrijd situaties voordoen, waarbij het moeilijk is deze weg in te zetten. Bijvoorbeeld als je je in een negatieve spiraal bevindt, erg slecht aan een wedstrijd bent begonnen of wanneer voor jouw gevoel “niets” lukt. In dergelijke situaties is het vaak moeilijk om van negatief naar positief te gaan. Je hebt dan als het ware een “neutraal tussenstation” nodig. Hier is het richten op je ademhaling uitermate geschikt voor. Daarna is de stap naar positief veel makkelijker te maken.

Voorbeeld:
Sandra speelt in een toernooi de eerste ronde tegen een geplaatste speelster. Zij speelt een goed en solide begin. Zij komt op 3-3. Op dat moment denk zij: Als ik zo blijf spelen, heb ik kans om deze set te pakken. Sandra zit ineens in cirkel 4. Vervolgens denk zij eraan dat haar tegenstandster geplaatst is en dat anderen dat wel erg knap van haar gaan vinden. Zij zit in cirkel 5. Zij gaat weer spelen, denkt aan haar tactiek en houdt zichzelf scherp en alert. Ze zit in cirkel 1. Op 3-3 en 30-40 heeft zij breakpoint in haar voordeel maar mist je een makkelijke volley. Zij baalt en denkt dat ze die absoluut niet had mogen missen. Ze zit in cirkel 3. Ze verliest de game en blijft aan die volley denken. Ze verliest de set en denkt aan de volley die haar op voorsprong had kunnen brengen en wordt boos. Ze smijt met haar racket en denkt dat zij net zo goed kan stoppen. Ze vraagt zich af wat zij überhaupt op de baan doet. Ze zit in cirkel 6.

Dit voorbeeld geeft aan dat het heel menselijk is om wat te switchen tussen de aandachtscirkels. Het is voor een tennisser van belang te weten dat de beste prestatie kan worden geleverd wanneer de aandacht bij de taak is (cirkel 1). Op momenten dat de aandacht naar een andere cirkel verschuift, is het belangrijk om adequaat de weg richting cirkel 1 te kunnen inzetten. De strategieën waar je in dit boekje kennis mee maakt, kunnen je hierbij helpen! Bedenk dus, dat je altijd via een tussenstation zoals ademhaling naar cirkel 1 kan gaan. Bij het inzetten van deze strategieën kun je, waar nodig, altijd gebruik maken van een neutraal tussenstation, wanneer je denkt dat de overgang te groot is.

Op het moment dat Sandra (in bovenstaande voorbeeld) in cirkel 6 terecht komt kan het voor haar te moeilijk zijn om in een keer terug te keren naar cirkel 1 en weer taakgericht te zijn. Zij zal er baat bij hebben om eerst via een tussenstation, zoals haar ademhaling, haar gedachten te ordenen en vervolgens weer te richten op de taak.

 

Eerdere artikelen
  Citaat
"I always learned more from losses, not wins, and losing the US Open Junior Final was one that made me wake up. I thougt, I've got to work harder."
- Roger Federer, The Greatest
  Bestel nu
 

 
  Media
Media
 

Aandachtcirkels
Aandachtstijlen
Routine return Novak Djokovic
Federer vs. Safin (film 1)
Test je aandacht (film 2)
De rituelen van Nadal
Rituelen Nadal